blog.van jochen

4.1 Conclusie (1)

Ik weet niet wanneer toeval ophoudt toeval te zijn. Evenmin weet ik of er waarde aan het gegoochel met getallen, wat Mulisch praktiseert in zijn Siegfried, gehecht kan worden. Wel weet ik dat als in het geval van Hitler toeval ophoudt toeval te zijn en het gegoochel met getallen dichterbij de wetenschapper komt te staan dan bij de goochelaar, de toekomst akelig nauwkeurig te voorspellen zou moeten zijn. Daar wil ik niet aan. Gelukkig gaat het hier om een roman. Fictie, niet de werkelijkheid. Hoe eng deze twee zaken soms ook gelijk aan elkaar zijn. Wanneer de romanwerkelijkheid geen eindig stuk werkelijkheid zou zijn, kan er wel een voorspelling worden gedaan voor de toekomst van die romanwerkelijkheid. Want, zoals ik in de inleiding al zei, gelden er in de romanwerkelijkheid andere wetten dan in de werkelijkheid.
Toch is het niet juist het boek als onzin op te vatten. Mulisch’ roman is namelijk meer dan alleen die zogenaamde Niets-theorie. Siegfried is ook te zien als een geromantiseerde versie van het verschil tussen het filosofische Zijn en Niets. Mulisch maakt zijn roman niet vaag door allerlei filosofisch ‘geneuzel’, maar – iets omdraaien is altijd vruchtbaar[1. Siegfried, pag. 21] – hij maakt de filosofie concreter door middel van zijn roman. Mulisch heeft niets meer en minder gedaan dan door elementen uit de werkelijkheid in een roman te plaatsen (aangevuld met fictie), een bepaalde filosofische opvatting duidelijk te maken.

Vind hier iets van