blog.van jochen

1. Inleiding

Wanneer de vraag wordt gesteld welke kleur gras heeft, zal bijna iedereen groen als antwoord geven. Degene die zegt dat het gras paars is, zal voor gek worden verklaard of in ieder geval in de groep van de kleurenblinden worden ingedeeld. Het doet er dan niet toe dat voor deze persoon het gras daadwerkelijk de kleur paars heeft. Maar als de precieze tint groen van het gras moet worden aangeduid – de vraag zou dan kunnen zijn of het groen van het gras lijkt op dat van een conifeer of op dat van een eikenblad – zijn de meningen hoogstwaarschijnlijk verdeeld. Dit is ‘de gang van zaken’ in onze werkelijkheid. In de werkelijkheid van een roman hoeven deze verschillen van mening niet te bestaan. Sterker nog, in een romanwerkelijkheid kan het gras doodgewoon paars zijn. Hoezeer een romanwerkelijkheid soms ook lijkt op onze eigen werkelijkheid, blijft er toch een fundamenteel verschil tussen deze twee: in de wereld van de roman gelden andere wetten dan in onze wereld.

Vanwaar deze uitleg over het verschil tussen romanwerkelijkheid en werkelijkheid? De reden hiervoor is wellicht niet zo voor de hand liggend. Het gaat mij namelijk niet zozeer om de vraag wat het verschil is tussen romanwerkelijkheid en werkelijkheid. Een andere vraag speelt voor mij een grotere rol, namelijk: hoe zit het met die verschillende soorten werkelijkheid wanneer een roman geanalyseerd wordt, en, daarbij horend als groen bij gras, wanneer een roman geïnterpreteerd wordt? Wanneer mag in de analyse en de interpretatie feit met fictie verbonden worden, en, nog lastiger, wanneer mag fictie met feit verbonden worden? Ik denk dat vooral deze laatste vraag nauwelijks te beantwoorden is. Maar door de hier volgende analyse en interpretatie van Harry Mulisch’ jongste roman, Siegfried, een zwarte idylle, hoop ik wel duidelijk te maken wáárom ik haar stel.

Mijn analyse van Siegfried zal bestaan uit allereerst een korte beschrijving van de roman. Vervolgens zal ik het filosofische en theologische gedeelte van de roman, alsmede het daarmee in verband gebrachte ‘gegoochel’ met getallen en jaartallen, dusdanig proberen te beschrijven dat er een overzichtelijk en voor de interpretatie werkbaar materiaal ontstaat. Mijn afsluitende interpretatie zal zich richten op de aard van de relatie tussen feit en fictie, romanwerkelijkheid en werkelijkheid.

Vind hier iets van