blog.van jochen

3.1 Wie of wat was Hitler?

Herter wil begrijpen wie of wat Hitler is. Een roman is, zoals hierboven al gezegd, een middel om tot een dergelijk begrip te kunnen komen. Of zoals Herter zegt: Misschien is fictie het net waarin hij gevangen kan worden.[1. Siegfried, pag. 23] Dit idee ontwikkelt Herter tijdens het televisie-interview. Niet onbelangrijk is wat de aard van die fictie dan zou moeten zijn. Herter ontkent resoluut dat het zou gaan om de historische roman. Herter doelt op een geheel ander soort fictie. Hij zegt namelijk het volgende:

‘Ik wil vanuit een of ander verzonnen, hoogstonwaarschijnlijk, hoogfantastisch maar niet onmogelijk feit uit de mentale werkelijkheid naar de sociale werkelijkheid.’[2. Siegfried, pag. 24]

Deze uitspraak is meerduidig. Want onduidelijk is wat Herter hier bedoelt met het begrip sociale werkelijkheid. Gaat het hier om de sociale werkelijkheid in de te schrijven roman, eventueel gebaseerd op de sociale werkelijkheid buiten de roman? Als dit zo is, dan gaat het hier om pure fictie met slechts raakvlakken aan de echte werkelijkheid. Een andere mogelijkheid is dat het hier gaat om een feit uit de mentale werkelijkheid dat de sociale werkelijkheid buiten de roman beïnvloedt, in ieder geval in een ander licht stelt. Dit lijkt ver gezocht – en misschien is het dat ook wel – maar in het licht van een uitspraak van de ambassadeur Schimmelpenninck, is deze mogelijkheid niet eens zo onwerkelijk:

‘Dat is helemaal geen toeval, schat, ‘zei Schimmelpenninck. ‘In tegendeel. Meneer
Herter is er weer eens in geslaagd, de werkelijkheid naar zijn hand te zetten.’
[3. Siegfried, pag. 44]

De waarschijnlijkheid neemt nog verder toe wanneer het echtpaar Falk op het toneel verschijnt. Tot dan toe heeft Herter het plan iets te verzinnen over Hitler, een feit uit de mentale werkelijkheid. Maar Herter zet de werkelijkheid, weliswaar niet bewust, naar zijn hand: het verhaal van het echtpaar Falk is het feit uit de mentale werkelijkheid dat de sociale werkelijkheid verandert.
Behalve een bewijs voor het niet bestaan van toeval in een roman – tenminste niet in een roman van Harry Mulisch, heeft dit gegeven nog andere consequenties voor het verloop van de roman. Doordat de werkelijkheid de fantasie overtreft, kan Herter zijn plan om Hitler te vangen door middel van fictie verder vergeten. Dit wil niet zeggen dat hij Hitler nou niet meer zou kunnen begrijpen. Het ooggetuigenverslag van Ullrich en Julia Falk maakt hem juist meer duidelijk. De beschrijvingen die zij van Hitler geven, maken stukje bij beetje duidelijk wat het fenomeen Hitler inhield. Ullrich Falk maakt de eerste stap op weg naar de uiteindelijke uitleg die Herter geeft aan het fenomeen Hitler:

Daar stond hij, de Führer, precies daar waar hij stond en nergens anders. Hij was kleiner dan hij hem had voorgesteld. In zijn tegelijk soepele en starre motoriek had hij iets van een levend bronzen beeld, waardoor een vreemdsoortige leegte om hem heen hing, die op een of andere manier het leegst was waar hij zelf was, alsof hij er niet was. Elk bronzen beeld was hol en leeg, – maar die leegte had in zijn geval iets zuigends, zoals de holte in een draaikolk. Een onbeschrijflijke sensatie.[4. Siegfried, pag. 89]

In deze omschrijving zitten in principe alle elementen waarmee Herter het fenomeen Hitler uiteindelijk verklaart. Ten eerste het feit dat Hitler niet ontstaan is, maar er simpelweg is. Het fenomeen ontstaat niet, het bestaat! Dit is terug te zien in daar stond hij, de Führer, precies daar waar hij stond en nergens anders.[5. Siegfried, pag. 91] Dit is geen observatie maar een feit! In deze zin wordt namelijk de aanwezigheid van Hitler benadrukt, en wel op zo’n manier dat zijn plaats in de wereld wordt aangeduid. Een plaats die enkel en alleen door Hitler ingenomen kan worden. Het tweede element is de vergelijking met het holle en lege beeld. Die leegte heeft namelijk iets zuigends, zoals de holte in een draaikolk. Het vernietigende van Hitler wordt hiermee aangegeven: het meesleuren van alles en iedereen in zijn ondergang. Maar ook wordt door de vergelijking met een beeld een derde kenmerk, namelijk de onechtheid, het niet-zijn aangeduid. Het vierde element, beschreven in de laatste drie woorden van het citaat geeft aan waarom Hitler zoveel macht had. Zijn aanwezigheid veroorzaakt bij omstanders een onbeschrijflijke sensatie. Door die sensatie, die hij teweegbracht, kwamen de mensen in zijn macht. Is deze omschrijving nog te zien als een metafoor, niet veel later komt een theologische verklaring.
Ullrich Falk probeert het verschijnsel Hitler onder woorden te brengen. Hij zegt het volgende:

‘Natuurlijk was hij een mens als ieder ander, maar tegelijk ook niet, tegelijk was hij iets onmenselijks, eerder iets als een kunstwerk, een…’ Hij schudde het hoofd. ‘Ik kan het niet onder woorden brengen. Iets verschrikkelijks.’[6.Siegfried, pag. 91: (De theologie) kent een uitdrukking die misschien ook op hem van toepassing is: mysterium tremendum ac fascinans: “het verschrikkelijke en tegelijk betoverende geheim”.]

Deze poging van Falk om het verschijnsel Hitler onder woorden te brengen is inhoudelijk hetzelfde als het theologische begrip dat Herter ervoor gebruikt: mysterium tremendum ac fascinans.
De theologie is dus een manier om Hitler te kunnen begrijpen, niet de psychologie waarmee een ieder ander, normaal, mens begrepen kan worden. Ook de filosofie is een handig werktuig – om die term nog maar eens te gebruiken – om tot een verklaring te komen. In de combinatie van de theologie en de filosofie ligt de basis voor de Niets-theorie:

‘We moeten natuurlijk oppassen dat we hem niet vergoddelijken, als is het dan met een negatief voorteken. Maar als de ene God niet bestaat,’ bedacht hij zich, ‘waar de wereldgeschiedenis op wijst, dan raakt zijn vergoddelijking misschien precies de kern van de zaak. Dan is hij de vergoddelijking van datgene wat niet bestaat.’[7. Siegfried, pag. 92]

Herter komt door dit geïnspireerd denken[8. Siegfried, pag. 9] op een paradox uit: als Hitler de vergoddelijking is van datgene wat niet bestaat, wil dat zeggen dat hij de aanbeden en vervloekte personificatie van niets was, in wie niets bestond dat hem waar dan ook van weerhield.[9. Siegfried, pag. 93] Deze paradox heeft ook gevolgen voor zijn voornemen Hitler te vangen in een net van fictie. Het ware gezicht van een personificatie van niets kan ook niet door een literaire spiegel zichtbaar gemaakt worden, want er was geen gezicht:

Op een paradoxale manier was dan juist het ontbreken van een ‘waar gezicht’ zijn ware aard.[10. Siegfried, pag. 93]

Herter komt door deze hypothese in een literaire paradox die te vergelijken is met een perpetuum mobile. Een dergelijk apparaat kan niet gemaakt worden omdat het door te bewegen energie moet leveren voor dat bewegen. Herter verwoordt zijn literaire perpetuum mobile als volgt:

Hield dat in, dat hijzelf alleen geslaagd zou zijn als het hem niet zou lukken zijn onthullende fantasma te schrijven? In dat geval was Hitler voor de zoveelste keer ontkomen, en die kans zou hij nu niet krijgen.[11. Siegfried, pag. 93]

Later, wanneer Herter zijn theorie inspreekt op zijn dictafoon, werkt hij dit verder uit met een nieuwe metafoor. Herter stelt Hitler dan voor als de singulariteit van een zwart gat: een paradoxale entiteit van oneindige dichtheid en oneindig hoge temperatuur, bij een omvang van nul. In de praktijk komt dit erop neer dat Hitler een singulariteit in mensengedaante was, die zich volzoog met andere mensen, die daardoor vernietigd werden. Herter noemt Hitler dan ook dit alles verzwelgende Niets. Een taalkundige definitie van dit Niets komt een paar regels verder op diezelfde pagina: een bundel predikaten zonder subject.[12. Siegfried, pag. 156-157. Later kom ik hier op terug als het het waarom van het fenomeen Hitler aan de orde is.] De onmogelijkheid om Hitler te vangen met een literaire spiegel wordt benadrukt wanneer Falk vertelt over zijn eerste persoonlijke ontmoeting met Hitler. Hitler kijkt Falk dan aan met een bepaalde blik, die Falk nooit zou vergeten. Dit is de hierboven al genoemde onbeschrijflijke sensatie die Hitler bij anderen teweegbracht. Of, zoals Herter het zegt:

‘… met die blik, die u nooit zou vergeten, verlamde hij u, zoals een slang een konijn.’[13. Siegfried, pag. 96]

Herter komt dan uit bij Thomas Mann, die de beroemde blik van Hitler omschreef als een ‘basiliskenblik’[14. Siegfried, pag. 96] Het fabeldier de basilisk verbrandt alles waarnaar hij kijkt. De enige manier waarop hij gedood kan worden, is door hem een spiegel voor te houden. Als Hitler dus een spiegel voorgehouden zou worden, zou hij zichzelf doden met zijn blik. Waarom is het dan onmogelijk om Hitler te vangen door hem een literaire spiegel voor te houden? Zijn blik is immers te vergelijken met de blik van een basilisk. Echter, Hitlers blik is de blik van de personificatie van het niets. Herter legt dit als volgt uit:

Maar een basilisk is nog steeds iets positiefs, dat weerspiegeld kan worden, terwijl Hitler de pure negativiteit was. Wie in zijn ogen keek, onderging de horror vacui.[15. Siegfried, pag. 97]

Voor de roman is wat Herter zich hier realiseert van groot belang. Het wil namelijk zeggen dat Hitler met zijn blik wel anderen kon vernietigen maar dat een zelfvernietiging onmogelijk is. Immers, hoe kan niets vernietigd worden.
Tot zover de beschrijving van wát Hitler was. Er worden in het boek meer vergelijkingen gemaakt dan degene die ik hier heb genoemd. Allemaal komen ze op hetzelfde neer Hitler was de personificatie van het Niets. In hem bestond niets, geen goed en geen kwaad. Simpelweg niets. En dat is wat hij ook wilde bereiken: al het zijnde moest niets worden. Met andere woorden: totale vernietiging.
Deze beschrijving van het fenomeen Hitler is verklarend voor diegene die geen genoegen neemt met de definitie van Hitler als een in en in slecht mens. Diegene krijgt een ‘besef’ dat er in ons universum een vernietigende kracht werkzaam moet zijn. Het fenomeen Hitler is hier echter niet anders dan met beeldspraken en metaforen beschreven. De literatuur heeft hier dus de vorm van een werktuig waarmee je begrijpt. Begrijpen van het wat, maar nog niet van het waarom. Herter gaat dan ook een stapje verder: hij geeft Hitler zijn logische plaats in de geschiedenis. Beter gezegd, Hitler heeft een logische plaats in de geschiedenis en Herter legt uit waarom het een logische plaats is.

Vind hier iets van