No one bites the dust

De zon stond laag en scheen in mijn ogen, maar brandde nog altijd ongemeend hard op mijn huid. Op het ritme van het baslijntje van Another one bites the dust liep ik mijn rondje: dè-duh-dub-dub-dub, t-dup-dup-dup-t-dup. Ik sloeg linksaf, een smal paadje op door het gras dat kriebelde langs mijn benen. Weg van het geasfalteerde fietspad. Een paar honderd meter verder liep ik de lange, rechte dijk langs het kanaal op en vervolgde mijn weg over een breed pad. In het midden, naast de sporen van tractorbanden, stond het gras kniehoog. Het zand was droog; er waren afdrukken van wandelaars, hardlopers, mountainbikers en honden zichtbaar. Ergens hoorde ik motoren hun hoge toeren janken.

Dè-duh-dub-dub-dub, t-dup-dup-dup-t-dup.

In de verte waaiden grote stofwolken langzaam over de dijk. Ik dacht erover om te draaien en een andere weg te zoeken. Ik liep door, recht op de stofwolken af die ook dichterbij kwamen. Vanuit het grijs-gele stof kwam een quad te voorschijn. Het hoog ronkende geluid van de motor wordt luider. Ik twijfel opnieuw of ik zal omdraaien of niet. Dan dalen de toeren van de motor. De bestuurder stuurt de quad uit het traktorspoor: de linkerwielen rijden door het gras in het midden, de rechterwielen rollen door de berm. Hij zwaait zijn linkerarm laag ter hoogte van zijn heupen: rustig aan. Uit de stofwolk komt een tweede quad tevoorschijn. Hij ziet degene voor hem zwaaien en mindert vaart. Ook hij stuurt zijn voertuig het gras in.

De quads en ik komen dichter bij elkaar en het stof hangt nog slechts een paar decimeter boven het zandpad. Een laatste restje van de grote wolk verwaait over een weiland. De quadrijders steken hun hand op en knikken met hoofd, hun gezichten verborgen achter een donker en stoffig vizier. De motoren draaien op zulke lage toeren en hun geronk jamt met het dè-duh-dub-dub-dub, t-dup-dup-dup-t-dup in mijn hoofd. Ik zwaai en knik terug.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Meer van lezen: