We hebben allemaal vleugels

We hebben allemaal vleugels

Een eindje voor me uit zitten twee vogels naast elkaar op het pad. Ze kijken uit over het water. Terwijl ik steeds dichterbij kom, draait de dichtstbijzijnde vogel zijn kop in mijn richting. Hij zakt kort door zijn poten en lijkt aanstalten te maken om te gaan vliegen. Toch blijft hij zitten.

De vogel draait zijn kop in de richting van de vogel naast hem. Weer kijkt hij naar mij. Beide vogels zakken kort na elkaar door hun pootjes en even lijkt het erop dat ze hun vleugels uitslaan maar ze blijven op hun plek.

Beide vogels zien me steeds dichter naderen. Nog een meter of vijf. Dan zakken ze opnieuw door hun poten en veren op. Tegelijkertijd. Volledig synchroon klapwieken ze een paar keer. Ze zijn nog geen twee meter van de grond als ze hun vleugels volledig spreiden en zich mee laten voeren door wind. Ze zweven door de lucht, maken een wijde bocht en landen in het gras even verderop. Hun bewegingen zijn zo op elkaar afgestemd dat de synchroonspringers in het olympisch zwembad er jaloers op zouden zijn. Het is een kunstje zoals we dat kennen van stuntvliegers. Maar dan zonder het oorverdovende lawaai. De gekleurde rook waarmee straaljagers hun sporen achter laten aan de hemel hebben ze niet nodig. Ze kijken me na terwijl ik voorbij loop.

“Dat menspersoon lijkt wel te vliegen”, zegt de ene vogel. “Zo sierlijk als die mensen kunnen lopen terwijl wij slechts een beetje op en neer kunnen huppen.”
Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd. De andere vogel lacht. “They all have wings”, zegt hij. “But some of them don’t know why.”

 
Afbeelding: Niklas Blanchard
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Meer van lezen: