Code rood

Een late lunch is onbewust overgegaan in donkerbruine biertjes drinken. Miljoenen kleine sneeuwvlokjes leggen een witte waas over de stad. We kauwen blokjes plastic kaas weg met goedkope mosterd.

We praten welhaast ononderbroken met elkaar. Heel soms zwijgen we een kort moment, terwijl we kijken naar de mensen buiten, die onderweg zijn naar een parkeergarage en de kragen van hun jassen met één hand zo dicht mogelijk om hun hals sluiten en in de andere hand volle tassen met H&M-opdruk dragen. De barman wisselt twee lege bierflesjes om voor volle.
“Het sneeuwt”, zegt hij. We schenken het bier in onze glazen, proosten met elkaar en de barman (die zonder drankje is en daarom een halve buiging maakt waarbij hij zijn hoofd een klein beetje schuin houdt).

Tegen het raam waar we door naar buiten kijken, spat een sneeuwbal met een doffe klap uiteen. Het signaal voor ons om naar buiten te gaan. We sluiten ons aan bij een groepje, dat met de bezoekers van een café aan de overkant van de straat, in een sneeuwballengevecht verwikkeld is geraakt. Er is geen tactiek, geen strategie en hoe vaak je ook wordt geraakt, er zijn alleen maar winnaars. Een paar voorbijgangers lopen door de vuurlinie en geven elkaar dekking waarna ze iets verderop bescherming zoeken achter een paar ondergesneeuwde fietsen en een vuilnisbak. De kleine sneeuwvlokjes hebben plaatsgemaakt voor grote vlokken die dwarrelen in het licht van de lantaarnpalen.

Onze handen zijn rood van het handschoenloze sneeuwballengevecht en de vingers gevoelloos. Bij de ingang van het café kloppen we de sneeuw van onze jassen en schudden de smakeloze slush puppy uit onze haren. Binnen aan onze tafel schuiven we de halflege bierglazen aan de kant en wachten op een warme chocomel met rum. We omklemmen het warme aardewerk van de mok met onze handen. De rum verzacht de stekende pijn van onderkoelde vingers die te snel opwarmen.

Wat een paar uur eerder niet meer was dan een dun wit laken is nu een dik dekbed waarin je tot voorbij je enkels wegzakt. Ik probeer te ontdekken welke van de ondergesneeuwde fietsen de mijne is. Haar voetstappen kraken in de sneeuw als ze naar me toeloopt.
“Het is code rood”, hoor ik haar zeggen. Het geluid van een stad op zaterdagavond wordt gedempt door de sneeuw.
“Nu kun je beter niet meer helemaal naar jouw huis fietsen.”

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Meer van lezen: