En vraag niet om de weg

Vanavond gaan mijn gedachten uit naar de bestuurder van het transportbusje, die mij de weg vroeg naar een straat in het dorp.
“Waarschijnlijk in een nieuwe wijk want mijn navigatie kent het nog niet”, zei hij.


Ik had wel een idee welke wijk hij bedoelde: “Maar de straat weet ik niet precies.” Terwijl de hond in de berm snuffelde en plaste, legde ik hem uit waar hij links moest en waar rechts, de rotonde driekwart rond en weer rechts. En dat hij dan die nieuwe wijk inreed. Hij bedankte me, zette zijn wagen in zijn één en reed weg.
Ik keek het busje na terwijl ik verder liep met de hond. Aan het eind van de weg reed het busje de verkeerde kant op.

bord Berlicum

Ik keek naar mijn handen en probeerde met de duim en wijsvinger van mijn rechterhand een L te vormen. Waarom wil ik toch zo graag behulpzaam zijn als iemand me de weg vraagt terwijl ik links en rechts nauwelijks uit elkaar kan houden? 

Het is niet voor het eerst dat ik iemand per ongeluk de verkeerde kant op stuur. Vaak zijn het toeristen. En voor hen is het misschien ook wel leuk, ontdekken ze een plek waar ze anders nooit terecht zouden komen. Het is dan misschien niet de Wamberg maar Seldensate is ook best leuk, toch? Maar deze bezorger is door mij al gauw een kwartier langer onderweg en degene die zit te wachten op zijn pakketje vraagt zich af waarom zo’n bezorger er nou nooit binnen het aangegeven tijdvak kan zijn. En de bezorger kan daardoor pas later op huis aan. Normaal op vrijdag rijdt hij net voor de file uit. Vandaag net niet.

Als hij eindelijk thuis is, is het eten koud.

.

Meer lezen in:
  • Het glas moet wel

    Het glas moet wel

    Wanneer ik voor de derde keer de linkerpagina in mijn boek niet geregistreerd heb maar wel al aan de rechter begin, leg ik me erbij neer.

  • Taxi

    Taxi

    Hij werkt zestig uur in de week en zal dat blijven doen terwijl hij weet dat, hoe hard hij ook werkt, hij nooit genoeg zal verdienen om achterover te kunnen leunen.

  • Maak je dromen waar

    Maak je dromen waar

    Alleen mijn rode, natte neus houdt me nog wakker. Zou ik dan toch een hond zijn? Ik doe mijn ondergoed uit, probeer te blaffen, maar houd mijn sokken aan.

  • Een goede dag

    Een goede dag

    Je moet weten dat ik mijn borden bij de kringloop heb verzameld en ik daar iedere keer slechts één bord koop.

  • Waar ik eindig

    Waar ik eindig

    Ik moet soms met de nagels van mijn ene hand voelen onder die van de andere. Precies daar waar de wereld begint en de huid van mijn vingers ophoudt.

  • Herfst

    Herfst

    Terwijl ik eigenlijk moet werken en belangrijke dingen te doen heb, eet ik een beetje van mijn eigen vlees.

  • bramen

    bramen

    Hier groeien de lekkerste bramen. Ze zijn niet van mij.

  • toerdefransje

    toerdefransje

    Bovenaan het viaduct komt hij als eerste de bocht door. Zijn vrouw volgt hem op enkele meters afstand. Ze beginnen aan de afdaling richting het dorp. Het is niet stijl maar de weg is lang