blog.van jochen

Batman is dood

Ik ben ooit bijna dood geweest. Tenminste, dat is het verhaal. Ik was acht en wilde de stal van het paard binnenlopen. Het paard was een jaar jonger en wilde op dat moment net naar buiten lopen. We hadden allebei haast dus stoppen was geen optie. Degenen die weten hoe groot en hoe sterk een paard is, en weten hoe groot en hoe sterk een jongetje van acht is, zullen niet verbaasd zijn dat het paard won.

Het paard liep over mij heen. Het volgende moment werd ik wakker in het ziekenhuis.

Omdat ik nèt niet was doodgegaan, had ik alle tijd om te herstellen. Dat deed ik bij mijn opa en oma. Ik bracht de dag door met lezen, korte wandelingen maken en wat schoolwerk. Tussen de middag at ik boterhammen en probeerde oma mij melk te leren drinken. Warme melk. IJskoude melk. Lauwe melk. Ik vind het nog steeds allemaal even vies. Aan het eind van iedere dag kwamen papa en mama mij weer ophalen.

Op een dag had ik alle Suske en Wiskes uitgelezen. Zowel die van mij (een paar), die van mijn oom (een tiental) als die van een buurjongen (een collectie vanaf nr. 68: Het eiland Amoras). Ik verveelde me. Er was niemand om mee te spelen. Er was niets op tv; opa en oma hadden immers geen kabelaansluiting en het was pas 1986. Oma gaf me een raadsel – iets met je zus en nico de mus – waar ik niets van begreep maar waar zij wel hard om lachte. Toen liep ze naar boven en kwam even later met een stapeltje comics weer naar beneden.

Afleveringen van de Flits, Caspar het spookje, Batman en Superman. Ook wat onbekendere als Motor-Muis & Auto-kat en Bietel. Uit 1970, 1971 en redelijk stukgelezen. Ook een heel album met Batman-verhalen. In een van die verhalen laat de schrijver zichzelf opeens aan het woord.

De schrijver van Batman in zijn 'ja-maar-als-kamer'. fragment uit: "De vreemde dood van Batman", Batman Album, 1970.

De schrijver van Batman in zijn ‘ja-maar-als-kamer’. fragment uit: “De vreemde dood van Batman”, Batman Album, 1970.

Dan neemt het verhaal een wending: Batman gaat dood. Even daarvoor leefde Batman nog maar de schrijver bedenkt nu anders. De schrijver beslist hier over leven en dood. Niet van zomaar iemand maar over de dood en het leven van een superheld. Net zo gemakkelijk wordt er een parallelle werkelijkheid bijgehaald: Batman leeft weer.

Wat de schrijver hier doet in zijn zogenaamde ‘ja-maar-als-kamer’ is goddelijk. Ik was acht jaar en was getuige van de ongekende macht van een schrijver. Het zijn pennenstreken die het lot bepalen. Ik ben ooit bijna dood geweest. Tenminste, dat is het verhaal.


Lezen over een andere schrijver die de werkelijkheid naar zijn hand zet? Lees dan Is het werkelijk?; mijn analyse van Siegfried, een zwarte idylle van Harry Mulisch.

Vind hier iets van