blog.van jochen

3.2.2 Nietzsche en Hitler

Het eerder aangehaalde mysterium tremendum ac fascinans van Rudolf Otto zou volgens Herter in het verlengde liggen van wat Nietzsche schreef in zijn Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik:

In dat boek vulde hij de ‘edele eenvoud en stille grootheid’ van Winckelmanns apollinische, vredige, harmonieuze beeld van de griekse cultuur aan met zijn dionysische, extatische, irrationele, vreesaanjangende tegenhanger.[1. Siegfried, pag. 60]

De tegenstelling tussen het apollinische en het dionysische is analoog aan de tegenstelling tussen het Zijn en het Niets. In deze tegenstelling zit de verklaring van Hitler. Herter legt dit als volgt uit:

Ik heb begrepen, waarom Hitler onbegrijpelijk is en dat ook altijd zal blijven: omdat hij de onbegrijpelijkheid in persoon was, – dat wil zeggen: in onpersoon.[2. Siegfried, pag. 161]

Want Hitler is geen wezen waarop de psychologie losgelaten kan worden om begrip te krijgen. Het is niet zo dat Hitler op een bepaald moment in zijn leven door iets wat hij heeft meegemaakt is veranderd in een verschrikkelijk despoot. Het had namelijk niet anders kunnen zijn:

Maar Hitler was van den beginne de verschijningsvorm van het Totaal Andere: het geïncarneerde nietigende Niets, de wandelende singulariteit, die noodgedwongen alleen zichtbaar kon worden als een masker.[3. Siegfried, pag. 162]

De term van den beginne in het hierboven staande citaat doet denken aan de eerste zin uit een zeer bekend boek over het Zijn: de Bijbel. In de Bijbel wordt het waarom van de wereld uitgelegd. In den beginne was er namelijk niets. Doordat God de wereld heeft geschapen, is er iets. Je zou dus kunnen zeggen dat er ‘in den beginne’ twee – ik noem het – krachten waren: het Zijn en het Niets. Deze krachten zijn elkaars tegenpolen, de plus en min van een magneet. In een magneet kan de plus niet zonder de min bestaan en vice versa. Dit geldt ook voor het Zijn en het Niets; zij zijn tegengesteld complementair aan elkaar. Wanneer we bij het handboek van de Christenen blijven en het Zijn een andere naam geven, namelijk God, komen we op het volgende. God stuurde zijn zoon naar de aarde om de wereld te redden. In plaats van redden zou je kunnen zeggen: behouden; in plaats van zoon: personificatie. Het Niets stuurde op zijn beurt ook zijn zoon naar de aarde. Niet om te behouden maar om te vernietigen. Jezus van Nazareth en Adolf Hitler zijn in wezen dus van dezelfde soort. Met dien verstande dat Jezus het Wezen voorstelde en Hitler juist het ontbreken van dit Wezen. Ik stel de zaken nu voor als is er een strijd gaande tussen het Zijn en het Niets. Zoals die strijd ook gaande is tussen de polen van een magneet. Deze plus en min willen elkaar voortdurend opheffen wat in principe onmogelijk is. Maar de onmogelijkheid is blijkbaar geen reden om de strijd te staken.
Met deze strijd tussen het Zijn en het Niets kom ik terug bij Nietzsche die stelde dat God dood was. Dat wil dus zeggen dat het Niets de strijd van het Zijn gewonnen zou hebben. Deze stelling is afkomstig uit zijn Also sprach Zarathustra waarin hij ook beweerde dat er iets bestaat als een Übermensch.[4. Siegfried, pag 169] Dit zijn gedurfde beweringen, waarover Herters vriendin Maria zegt dat deze gedachten Hitler hebben geïnspireerd.[5. Siegfried, pag 169]Herter zegt daar het volgende over:

De doodongelukkige Fritz leed onder zijn durf; liefst wilde hij dat zijn gedachten onjuist waren.[6. Siegfried, pag. 169]

Een paar regels verder doet Herter, in reactie op Maria, deze uitspraak:

[Dat Nietzsche Hitler geïnspireerd heeft] heb je dan verkeerd begrepen, en je bent de enige niet. Hij was het eerste slachtoffer van Hitler.[7. Siegfried, pag. 169]

Nadat Nietzsche Also sprach Zarathustra had geschreven, verschenen er nog meer titels van zijn hand. Ook stelde hij meer dan duizend aforismen op die moesten leiden tot een filosofische tegenhanger van zijn Zarathustra. Dit materiaal is later door zijn zus gerangschikt en uitgegeven onder de titel Der Wille zur Macht.

Het nihilisme staat voor de deur; waar komt deze griezeligste aller gasten vandaan?”[8. Siegfried, pag. 171]

Herter interpreteert dit als volgt:

Hier verschijnt het nihilisme als een gast, als een persoon. Dat is altijd als een stijlbloempje beschouwd, maar ik lees het nu anders. De term “nihilisme” is afgeleid van em>“niets “, – en wat daar dus gezegd wordt, is kort en goed: “Hitler staat voor de deur.”[9. Siegfried, pag. 171]

Herters veronderstelling dat Nietzsche het slachtoffer is van Hitler lijkt dus niet meer zo onlogisch. Nietzsche schrijft dan wel dat God dood is en heeft het over het concept Übermensch, maar wanneer alle gegevens met elkaar in verband worden gebracht, zijn het eerder waarschuwingen dan persoonlijke opvattingen. Zeker omdat Nietzsche zich duidelijk heeft gedistantieerd van het antisemitisme. Nietzsche voorspelt dus in zekere zin de komst van Hitler. Blijft de vraag hoe Nietzsche slachtoffer heeft kunnen worden van Hitler die toen nog niet geboren was?
Herter verklaart dit als volgt: in de maand juli van 1889 start het geestelijk verval bij Nietzsche. In diezelfde maand zou Hitler verwekt zijn.

En toen [Hitler] negen maanden later geboren werd, bestond er geen Friedrich Nietzsche meer. Het brein waarin al die gedachten waren opgekomen, werd verwoest in de maanden waarin hun personificatie, nee depersonificatie foetaal groeide. Dat is mijn ontologisch Nietsbewijs.[10. Siegfried, pag. 173]

De profeet van het Niets wordt vernietigd door de zoon van het Niets. Nietzsche wist dit, want zo zegt Herter:

Een paar dagen voor zijn definitieve instorting – toen Hitler in zijn zesde maand was schreef Nietzsche letterlijk, dat hij zijn lot kende: dat zijn naam eens aan iets monsterachtige, aan een crisis zoals er op aarde nog niet eerder was, aan het diepste gewetensconflict, aan een beslissing, bezworen alles wat tot dan toe geloofd, geëist, geheiligd was.[11. Siegfried, pag. 174: Dit is echter wel in tegenspraak met de mystieke ervaring die Nietzsche ooit heeft gehad. Tijdens die ervaring komt Nietzsche tot het besef dat alles wat gebeurt, reeds eindeloos vaak eerder is gebeurd en nog eindeloos vaak herhaald zal worden. Herter heeft het echter over iets dat nog nooit eerder op aarde was.]

Deze feitjes zijn echter niet het enige wat duidt op een verband tussen Hitler en Nietzsche: beiden hebben de wil de wereld te regeren, willen een nieuwe jaartelling beginnen. Ze zijn allebei zesenvijftig jaar geworden. Nietzsches waanzin duurt even lang als Hitlers heerschappij, namelijk twaalf jaar.[12. Siegfried, pag. 175]

Met Hitler werden Nietzsches grootheidswaanzin en zijn angsten van a tot z werkelijkheid, dat past allemaal als een hand in een handschoen.[13. Siegfried, pag. 175]

Daar komt bij dat evenals Nietzsche ook Hitler een mystieke ervaring had:

Toen hij later als rijkskanselier eens op bezoek was bij Nietzsches zuster in Weimar, had hij daar zelf zoiets als een mystieke ervaring: het was, vertelde hij, of hij haar dode broer lijfelijk in de kamer had gezien en hem hoorde spreken.[14. Siegfried, pag. 175]

Het waarom van Hitler is nu verklaard en komt samengevat op het volgende neer:

Na de dood van God stond het Niets voor de deur, en Hitler was zijn eniggeboren zoon. […]De logische, absolute Antichrist.[15. Siegfried, pag. 177]

Om de parallel met het Christendom compleet te maken:

Er is eerder een profeet dan een filosoof aan het woord…[16. Siegfried, pag. 171]

Deze profeet, Nietzsche, kondigt de Antichrist aan. Herter kunnen we beschouwen als een soort evangelist:

…hij was op dezelfde manier vóór Hitler als ik na hem.[17. Siegfried, pag. 177]

Nu dus zowel het wát als het wáárom van Hitler zijn uitgelegd, wordt het tijd om deze gegevens te interpreteren.

Vind hier iets van