Hoogtevrees

Het beste is het om het meteen maar te zeggen. Dus dat doe ik. Eromheen draaien heeft geen zin. Ik ben bang. Ik heb angst voor hoogtes.

Zoals iedere angst is ook mijn hoogtevrees irrationeel. Tenminste, dat zeggen anderen. In mijn ogen is dat onwaar. Als je vanaf een zekere hoogte valt, ben je dood. Of in ieder geval zwaar gewond. Dat is iets waar je best angstig voor mag zijn. Ik word dan ook pas bang vanaf die bepaalde hoogte. En ik heb angst wanneer ik op een huishoudtrap sta. Ik stel me zo voor dat wanneer je valt van zo’n trapje, je ledematen en nek dusdanig verstrikt raken tussen staanders en treden dat alles breekt.
[pullquote]Dit stukje is eerder gepubliceerd als gastblog op de site van Sylvia Visser, collega-schrijver en oud-klasgenoot.[/pullquote]

Het is niet zo dat ik dingen laat vanwege mijn hoogtevrees. Ik laat mijn leven niet leiden door angst. Ik controleer wel goed of de trap die ik beklim stevig staat. Ik ben voorzichtig maar ik geniet heus wel van de weidse uitzichten vanaf een berg. Ik kijk alleen liever niet over de rand naar beneden. Ik reis ook gewoon met het vliegtuig: de eerste keer was toen ik op vakantie naar Griekenland ging. De laatste keer toen ik weer terug moest. Ik durf best op een balkon te staan. Mits de reling zeer stevig is.

Een voordeel van hoogtevrees is dat sommige filmscenes – wanneer iets zich afspeelt bovenop een flatgebouw bijvoorbeeld – een extra spanningslaag krijgen. Ik houd dan mijn handen voor mijn dichtgeknepen ogen. Dat helpt niet. Mijn hoogtevrees zit in mijn hoofd en laat mijn maag draaien.

Hoogtevrees is dan ook geen angst voor hoogtes maar een gebrek aan vertrouwen. Ik twijfel aan mezelf; of ik wel blijf staan als ik over de rand kijk. Breekt de leuning niet zomaar af? Gebrek aan vertrouwen en twijfel zijn de belangrijkste voedingsbodem voor angst. Soms twijfel ik aan de goedheid van mijn medemens. Vertrouw ik er niet op dat ik kan zeggen wat ik wil. Dan probeer ik enkel voorzichtig te zijn maar niet bang.

Meer lezen in:
  • Het glas moet wel

    Het glas moet wel

    Wanneer ik voor de derde keer de linkerpagina in mijn boek niet geregistreerd heb maar wel al aan de rechter begin, leg ik me erbij neer.

  • Taxi

    Taxi

    Hij werkt zestig uur in de week en zal dat blijven doen terwijl hij weet dat, hoe hard hij ook werkt, hij nooit genoeg zal verdienen om achterover te kunnen leunen.

  • Maak je dromen waar

    Maak je dromen waar

    Alleen mijn rode, natte neus houdt me nog wakker. Zou ik dan toch een hond zijn? Ik doe mijn ondergoed uit, probeer te blaffen, maar houd mijn sokken aan.

  • Een goede dag

    Een goede dag

    Je moet weten dat ik mijn borden bij de kringloop heb verzameld en ik daar iedere keer slechts één bord koop.

  • Waar ik eindig

    Waar ik eindig

    Ik moet soms met de nagels van mijn ene hand voelen onder die van de andere. Precies daar waar de wereld begint en de huid van mijn vingers ophoudt.

  • Herfst

    Herfst

    Terwijl ik eigenlijk moet werken en belangrijke dingen te doen heb, eet ik een beetje van mijn eigen vlees.

  • bramen

    bramen

    Hier groeien de lekkerste bramen. Ze zijn niet van mij.

  • toerdefransje

    toerdefransje

    Bovenaan het viaduct komt hij als eerste de bocht door. Zijn vrouw volgt hem op enkele meters afstand. Ze beginnen aan de afdaling richting het dorp. Het is niet stijl maar de weg is lang