
Vooropgesteld: ik ben geen fotograaf. Als je even niet uit het raam kijkt hebben hijskranen flatgebouwen uit de grond opgetakeld
Ik zei ja voordat ik precies wist waartegen.
Ik bel aan bij het juiste nummer in de verkeerde straat.
Een eindje voor me uit zitten twee vogels naast elkaar op het pad.
Een van mijn favoriete stuiterballen komt op me afrennen.
“Maar whatever. Peaky. Blinders. We zijn de fokking Peaky Blinders! De jasjes, jongen. En ik zei je dat we die petjes op moesten zetten!”
Het heeft al dagen niet geregend in het dorp en het water is gezakt. Sporen van vroeger komen aan het oppervlak. Zo te zien is hier ooit een schip gestrand.
Altijd als ik een tweeling zie, kan ik niet anders dan denken dat ze misschien niet zijn wie ze dachten te zijn.
Er is niet veel voor nodig om mij uit evenwicht te brengen. Een sporter die op drie honderdsten de overwinning mist. Een kind dat zijn knuffel vergeet. De held die sterft voor het eind van een verhaal.
Wie ben je en wat doe je hier op mijn papier? Ik ben bezig met moeilijke werken en dit is geen goed moment om mij daarvan af te leiden. Ik weet ook wel dat het buiten storm en dat het…
Hoewel het eigenlijk niet veel meer is dan een stang bevestigd aan de muur, zou ik toch graag dat rekje met dat plankje erboven willen hebben. Daar kan ik stropdassen in verschillende kleuren en motieven aan hangen.
Even verderop schijnt groen neonlicht tegen bakstenen muren, over bedden van houten pallets, waarnaast kaarsen branden en er staat een fles rode wijn aan het hoofdeind. Dit had eveneens kunst kunnen zijn.