
‘Geen probleem. Dan zet ik het voor woensdag op mijn planning.’ Door dit soort korte tekstjes is een beeld van mij ontstaan dat niet klopt met de werkelijkheid, maar ik hou het krampachtig in stand, dat ik mijn leven op orde heb.
Vooropgesteld: ik ben geen fotograaf. Als je even niet uit het raam kijkt hebben hijskranen flatgebouwen uit de grond opgetakeld
Ik zei ja voordat ik precies wist waartegen.
Ik bel aan bij het juiste nummer in de verkeerde straat.
Een eindje voor me uit zitten twee vogels naast elkaar op het pad.
Even verderop schijnt groen neonlicht tegen bakstenen muren, over bedden van houten pallets, waarnaast kaarsen branden en er staat een fles rode wijn aan het hoofdeind. Dit had eveneens kunst kunnen zijn.
In de gewelven onder het station van de bovengrondse trein zit een restaurant. Treinen rijden af en aan.
Ik zou grote woorden kunnen gebruiken. Dat het is omdat ik mij bekommer om degenen die na mij komen. Dat ik wil dat voor hen de wereld ook nog leefbaar is.
Ik heb mijn planten al een week geen water gegeven. Nu ik erover nadenk: al minstens twee weken niet.
Wanneer je achttien wordt, mag je ineens veel meer. Er gaan deuren voor je open die daarvoor gesloten bleven. Het grootste cadeau dat je ontvangt op je 18e verjaardag is de vrijheid om je eigen leven in te gaan richten.…
De geur is penetrerend en het voelt alsof mijn neusgaten verkracht worden door de zure lucht die verspreid wordt door twee mannen in de bus. Ik wilde dat ik een beter mondmasker had.
In plaats van de klok te verzetten, kunnen we beter de tijden veranderen. Ik zeg het je als je tegenover me zit. Ik zwijg veelbetekenend en knik als je iets wil zeggen. Je zoekt de juiste woorden maar je vindt…
Ik ben bang als ik iets moet knippen. Dat ik met de schaar niet alleen datgene knip dat geknipt moet worden maar tegelijkertijd ook mijn vingers.